|
Zelhem, 17 februari 2010.
Geachte mevrouw Bijleveld,
De Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen heeft kennis genomen van uw uitspraken op 5 februari jl. betreffende de aanpak van krimpregio's .
Wij delen uw zorg over de toekomst van de leefbaarheid van het platteland in het algemeen, en het beleid van verschillende gemeenten die denken door bijbouwen aan de gevolgen van krimp te kunnen ontkomen in het bijzonder. Het probleem vraagt o.i. om een integrale benadering waarbij gemeenten vooral niet als elkaars concurrent moeten optreden, maar als gezamenlijke regio.
Het is teleurstellend te vernemen dat u meent toekomstige potentiële kopers van huizen in uitbreidingswijken te moeten waarschuwen voor mogelijke onverkoopbaarheid van hun huis over dertig jaar. Naar gelang meer van dergelijke uitspraken door betrokkenen/deskundigen worden geuit, dreigt er sprake te worden van zelfbevestigende voorspelling. Hiermee is de toekomst van het platteland en de vitale dorpen niet gediend.
Het lijkt ons van belang om met de bewoners van de regio's te onderzoeken waar de kansen voor hun regio liggen en aan welke behoeften/ voorzieningen behoefte is èn welke bijdrage daartoe door de bewoners kan worden geleverd. Onze ervaring is dat bewoners hun kwaliteiten graag inzetten voor de instandhouding en totstandbrenging van voorzieningen die door hen als wezenlijk voor de leefbaarheid worden ervaren. Er zijn ervaringen met bewoners die de dreigende teloorgang van hun dorp door eigen initiatieven weten te keren.
Wij zijn gaarne bereid, bijvoorbeeld in samenwerking met het Programma Krachtig Bestuur van uw Ministerie, te werken aan concrete projecten waarin krimpdorpen danwel -regio's met deskundigheid en betrokkenheid van de bewoners de gevolgen van de krimp bestrijden.
Met vriendelijke groet,
Mr. J.Th.C.M. Verheijen Voorzitter LVKK |